Home » VERHALEN VAN VIPASSANASTUDENTEN

Categorie: VERHALEN VAN VIPASSANASTUDENTEN

Manon – En toen kwam het verhaal

Op dag 4 was net de boel een beetje rustig – en toen kwam het verhaal, over een vrouw die werkelijk alles verloor.

Het valt niet mee een weg naar religie te vinden als je opgroeit in een gezin waar beide ouders geloof en de wens aan een betekenisvol religieus leven sterk afwijzen.

Terugkijkend realiseer ik mij dat mijn ouders zelf een hele weg hebben afgelegd. Met het opgroeien in een verstikkend streng gereformeerd milieu en hun grote behoefte aan autonomie. Zij kozen voor afwijzen en wegvluchten van al wat onbevredigd was. Daarin elkaar ook juist vindend.

Mijn ouders hebben beiden lang gezocht naar het verschil tussen geloof en religie. Soms samen, soms ook juist los van elkaar. Ik heb als kind gezien en ervaren dat het hele worstelingen waren. Bewegend van puberaal in de contramine naar een grote vreugde van een ontdekt inzicht en ook van alles daar tussen in.

Zo heb ik nog het beeld van een serieuze vader jaren ‘70 die opmerkt dat alles energie is en daarna blij door de woonkamer springt.

En er is een heel oud  familieverhaal dat mijn vader wel heel verbaasd gereageerd had toen hij van opa hoorde dat er iemand in de familie metselaar was geworden. Mijn vader dacht, dit klopt niet hij is timmerman en zei dit ook. Pas veel later werd mijn vader duidelijk dat dit familielid vrijmetselaar was geworden.

Mijn moeder heeft tevens veel gezocht. In oosterse filosofieën. Zij heeft mijns inziens jammerlijk genoeg een helpende weg niet kunnen vinden.

Nu mijn weg.

Als klein meisje, ik was een jaar of 5, zat ik voor de zwart-wit televisie te kijken naar arme kindjes in Afrika die geen eten hadden. Kort daarop plakte mijn vader een Novib kalender afbeelding op hardboard; een plaatje van een donker jongetje in een rood pakje met een leeg bordje staand voor een blauwe houten schutting.

De reden dat mijn vader dit deed weet ik niet, het was geloof ik een zuinig sinterklaascadeautje. Veel later, wel 40 jaar daarna, zag ik dezelfde afbeelding bij een troepjes kraam op het Waterlooplein.
Het hardboardschilderijtje had een plakhaakje en kreeg een plek boven mijn bed naast een klein stenen vaasje dat je kon ophangen en vullen met plastic bloemen.

Ik begon toen in het geheim te bidden voor het slapen gaan, keurig voor het bed met mijn handjes gevouwen. In het geheim…want mijn ouders zouden mij wellicht uitlachen en dat moest ik zien te voorkomen, dat begreep ik al wel. Het bidden gaf rust. Ik vroeg aan de Lieve Heer of hij alsjeblieft iedereen en ook dit jongetje eten wilde geven.

In dezelfde tijd besloot ik later als ik groot was verpleegster te worden en mensen te helpen. Wat jaren later, op een zondag op schoot zittend bij mijn opa, gaf ik antwoord op zijn vraag wat ik later worden wilde. Op het antwoord ‘non’ werd in de kamer door iedereen luidkeels gelachen. Mijn ouders hadden beiden zich laten uitschrijven en daarmee de gereformeerde kerk verlaten. De rest van de familie was nog zoals dat heet ‘zeer van de kerk’ – de gereforméérde kerk. Het idee dat er ook een andere geloofsstroming mogelijk was dan de gereformeerde richting was ondenkbaar, dit werd mij later steeds duidelijker.
Opa was van mening dat in de hemel de gereformeerden vooraan de beste plaatsen hadden.

Vanaf die tijd was geloven voor mij iets wat je beter maar voor jezelf kon houden.  Het voornemen van en verlangen naar non worden heb ik laten varen, maar ik ben wél verpleegster geworden.

De wens om de werkelijkheid te zien is nooit ver weg geweest.

De jaren verstreken en zoals in elk leven kwam er van alles voorbij.

In de jaren ’80 was er opnieuw in mij een sterke behoefte aan antwoorden op geloofs- en levensvragen Wat moest ik nou geloven en wat vooral niet. Ik las veel boeken die ik daarover in de bibliotheek vond, van auteurs zoals hoogleraar in de parapsychologie Tenhaeff en zijn opvolger Van Praag. Ik dook behalve in spirituele boeken ook in filosofische boeken.

Ik ontmoette mensen die zeiden dat ze mediteerden. Ik vond deze mensen interessant, omdat ze er erg vrolijk uitzagen. Tot ze gingen praten over de al aanwezige liefde. Deze mensen vertelden mij dat ik de woede vooral moest loslaten, dat het geen juiste emotie was.
Dit was voor mij het moment om deze mensen weer de rug toe te keren. Ik was veel te boos om met die gedachte aan een grootse liefde ook maar iets te kunnen, laat staan te willen.
Boos, woedend …  over het feit dat het bordje van het donkere kindje in het rode pakje voor die blauwe houten schutting aldoor leeg was gebleven.

Inmiddels ben ik in de 60 en wel weer toe aan  ‘iets’ meer willen weten. Ik wilde van de oude doodlopende weg af en ging op zoek naar een handreiking voor een uitweg.
Een stukje in een plaatselijk krantje bood mij die handreiking. Het stukje ging over een cursus boeddhisme in Bennekom, gegeven door Matthijs Schouten, met een aansluitende meditatiedag. Daar meldde ik me voor aan en dit was mijn begin van het willen volgen van het boeddhistische pad.

Na de meditatiedag vroeg ik een mede cursist hoe ik toch in de buurt van die fascinerende leraar kon komen en hoe het allemaal in z’n werk ging. Mij werd verteld dat de leraar een cognitieve insteek had, geen voorstander was van gezweef. Voor mij was het idee van een sfeer van vrolijk gefladder rondom een alom vertegenwoordigde grootse liefde toch een brug té ver in een wereld die voor mij er een is die té veel in hongerige brand staat. Ik had behoefte aan voor mij betekenisvolle antwoorden die ik kon bevatten.
Dit is precies wat ik, met nog zoveel existentiële boosheid in mij dragend, nodig had, dacht ik.
Na een meditatiezondag in Utrecht gaf ik mij op voor de 10-daagse vipassana meditatie in de theravada traditie in Een-West.

Naar een zeker weten dat dit pad goed voor mij is.

Mijn man bracht mij naar de 10-daagse vipassanacursus en ik betrok een bed in een tweepersoonskamer. Het andere bed was voor een mij onbekende persoon, terwijl ik  sedert mijn huwelijk nog nooit 10 dagen zonder mijn man had doorgebracht. Het eerste uur na een lichte avondmaaltijd in de meditatiezaal vond ik magisch. De belofte die dan door de 60 aanwezigen wordt afgelegd was het begin van grote stilte.
We gingen meteen daarna, rond 20.30 uur, ons klaarmaken voor het slapen. Immers om  4.00 uur ’s ochtends ging de gong voor het weer opstaan.
De eerste dagen van die 10-daagse beleefde ik in een soort waas: wat moest ik wanneer ook al weer, wat zat er allemaal  in mijn hoofd, waar was eigenlijk mijn ademhaling en de dhamma wat was dat nou weer…

Op dag 4 was net de boel een beetje rustig – en toen kwam het verhaal, over een vrouw die werkelijk alles verloor.
Woedend was ik, compleet overstuur. Hoe kon een leraar nou toch met zo’n afschuwelijk verhaal op de proppen komen, juist nu ik wat tot rust gekomen was.
De resterende dagen ben ik grotendeels uit mijn doen geweest. Veel rusten en proberen erbij te blijven. De lerarenkamer ben ik praktisch elke dag ingevlucht om even iets meer te kunnen bespreken dan tijdens de checkings voor iedereen twee keer dagelijks.
Uiteindelijk sloot ik de 10 daagse af met het gevoel en idee veel geleerd te hebben. En ik wist ook…volgend jaar wil ik weer.

Het jaar erop bij de lichte avondmaaltijd voor de start en voordat het edele stilzwijgen in zou gaan, zei ik tegen een mede cursist: “Nou ik heb er wel zin in hoor en gelukkig komt dat verhaal van die vrouw die alles verloor niet meer”. De medecursist liet mij onmiskenbaar weten: het verhaal komt er wél en altijd op dag 4.

Dit sloeg in als een bom, meteen voelde ik weer de woede en zag ik dat donkere jongetje met nog steeds dat lege bordje. De woede had me weer te pakken en ik was  bovendien meteen overstuur. De aanloop naar dag 4 was weer een kwestie van blijven focussen op het ademhalen en tot rust zien te komen. De onderstroom was echter een geheel andere….

En op dag 3 vroeg ik de leraar of ik het verhaal alsjeblieft mocht overslaan. Met toestemming sliep ik uit en was ik ergens waar niet het verhaal was. Dat dacht ik – tot mijn ontzetting kwam ik erachter dat het verhaal er toch wel was, het zat in mij.
Met dit inzicht vervolgde ik de rest van de 10 daagse cursus.

Nu heb ik er net een 3de 10 daagse opzitten. En terwijl ik wist wat op dag 4 zou komen, dacht ik ook: ik begrijp de strekking van het verhaal nu, dus wie maakt mij wat.
Rustig zat ik in de oefeningen en ondertussen wist ik wel dat diep in mij de spanning weer bezig was te groeien. Tijdens de checkings op dag 3 vroeg een medecursist zich hardop af of dat nou wel gebeurd kon zijn dat een jonge vrouw haar man verloor,  bovendien haar twee zeer jonge kinderen – waarvan er één zelfs door een grote adelaar werd meegenomen – en dan ook nog beide ouders, en dan een soort van klooster in vluchten om maar niet ook nog haar verstand te verliezen?
En met dat dit werd besproken met de leraar Matthijs Schouten – voelde ik zoiets als een dikke knoop vanuit mijn bekken omhoog komen, mijn mond uit. En het verdween. Weg was het.

De volgende dag hoorde ik – na eerst weer uren bewust te hebben geademd – het verhaal over een vrouw die alles verloor opnieuw.  En er rolden opnieuw tranen, maar nu met het inzicht dat je niets kunt vast houden… ook je woede niet.

Manon van Wijk, april 2020

Loekie – Dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen

Ik ben ook heel dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen. Dat het voor mij als leek mogelijk is om met een groep van 60 mensen tien dagen op de Drentse hei samen te mediteren en te leren over het boeddhisme, dat is echt heel bijzonder.

Ik begin gewoon bij het begin.
Ik ben opgegroeid in de polders van Noord-Holland in een klein dorp aan het Alkmaardermeer. Zowel de lagere als de middelbare school waren openbare scholen, in ons gezin speelde het geloof geen rol. Mijn vader is nog wel gedoopt (ik denk hervormd, maar weet het niet eens meer zeker), maar wilde niets meer met het christendom te maken hebben Mijn moeder had het van huis uit al niet meegekregen, ze kwam uit een rood nest. Op de middelbare school kregen we wel iets te horen over godsdiensten, maar veel was het niet. Wel had ik in die tijd twee vriendinnen die Jehova’s getuigen waren. Dat was geen probleem, ik geloofde niet in een/hun God, maar respecteerde hen en zij mij. Het humanisme kwam nog het dichtst in de buurt van hoe we leefden, en ons geloof ging uit van de oerknal en de evolutietheorie van Darwin. Als bioloog en wetenschapper bleef dat zo. Natuurlijk dacht ik ook wel eens na over het leven, de dood, wat is er na de dood enzovoorts, maar verder dan ‘ik leef nu en als ik dood ga ben ik er niet meer’ kwam het niet. Na mijn studententijd heb ik wel eens een boekje over het boeddhisme of de Dalai Lama gekocht, maar verder dan een paar bladzijden lezen kwam ik nooit. Er stonden veel termen in die me niets zeiden, veel moeilijke woorden, ideeën over karma en wedergeboorte waar ik al helemaal niets mee kon; kortom, ik kwam er niet doorheen.

Inmiddels was ik een lieve man tegengekomen, had ik geweldig leuk werk als ecoloog bij Landschap Overijssel en kregen we na een lange (ziekenhuis)weg twee prachtige zonen. Toen ik in 2011 reuma kreeg veranderde er de jaren daarna veel. Door de constante pijn en vermoeidheid kon ik mijn werk steeds moeilijker uitvoeren (veldwerk wat mijn lust en leven was lukte in 2011 al niet meer), kon ik steeds minder hebben en liep ik achteraf gezien vanaf het begin op mijn tenen (figuurlijk, letterlijk kan ik dat door de ontstekingen in mijn teengewrichten al heel lang niet meer). Ik was heel goed in negeren, maar kon er op een gegeven moment niet meer onderuit, reuma is een chronische ziekte en de beperkingen werden te groot. Een ziektewettraject en poliklinische revalidatie volgden. Ik moest van heel veel afscheid nemen, maar werd weer een moeder met oprechte aandacht. Een collega van een andere natuurbeschermingsorganisatie vertelde me eens dat meditatie mij misschien wel zou kunnen helpen. Na het afronden van het revalidatietraject, het ziektewettraject (volledig arbeidsongeschikt, dat voelt nog steeds heel raar) en een psychologisch traject was ik op zoek naar nog wat meer acceptatie van de situatie zoals die is.

Toen kwam de opmerking over het mediteren weer naar boven, ik schreef een mail en kon op een zondag in Utrecht uitproberen of ik een dag zou kunnen mediteren. Ik mocht tussendoor voor mijn herstelmomenten op een bed rusten en had een heel bijzondere dag. Matthijs Schouten bleek de boeddhistisch leraar in Nederland te zijn van de Sayagyi U Ba Khin Stichting in de traditie van Sayagyi U Ba Khin en Mother Sayamagyi

Ik leerde anapana-meditatie, het aandachtig waarnemen van de ademhaling, en wel op de plek van de aanraking van de ademstroom tussen neus en bovenlip. De aandacht leren richten en dus het trainen van de geest zorgt voor kalmte. Dat is tenminste de bedoeling – maar gelukkig bleef Matthijs benadrukken dat het steeds weer terugkeren naar de aandacht en de waarneming de basis is van het werk, want die geest en al die gedachten bleven maar doorgaan zoals bij bijna iedereen. Ik hoorde boeddhistische verhalen, kreeg waardevolle lessen en kon het dankzij dat bed volhouden. Vol indrukken ging ik naar huis met een boektitel (‘Wat de Boeddha onderwees’ van Walpola Rahula), haalde het bij de bibliotheek en later de boekwinkel, las het en probeerde te oefenen in anapana. Een paar maanden later gaf ik me op voor de jaarlijkse 10-daagse Vipassana-meditatiecursus, in de theravadatraditie. Die die term leerde ik pas veel later en zegt me eigenlijk nog steeds niet veel.

Februari 2019 ging ik best heel gespannen naar het NIVON-huis in Een-West voor de cursus en ging het avontuur aan. Moniek had ervoor gezorgd dat ik een eenpersoonskamertje kreeg. De belangstelling voor deze cursussen is erg groot en van vrijwel alle deelnemers wordt verwacht dat ze een slaapkamer delen met een of meerdere anderen. Ik kon zodoende veel en vaak op bed echt rusten en dat was heerlijk, mediteren blijkt heel hard werken te zijn. In die tien dagen ging het boeddhisme pas echt voor me leven, het ging om oefenen, de geest tot rust brengen en vooral ervaren. Het bleek een levensveranderende ervaring te zijn. Ik kwam mezelf keihard tegen en ging veel te lang door, was veel te hard voor mezelf en werd helemaal gek van al die gedachten. Er kwam veel verdriet boven, maar ook was er veel humor tijdens de checkings, was er saamhorigheid en liefde in het edele stilzwijgen en kregen we twee keer per dag een lezing met teksten uit de dhamma. Raar dat veel verhalen me zo bekend voorkwamen… Tegelijkertijd raakte ik de draad kwijt van alle lijstjes met van alles, snakte ik naar heldere stroomschema’s en wist ik nog steeds niet wat ik nu aan moest met wedergeboorte en karma. Ik was zo’n bioloog die wel wist dat elk levend wezen uit cellen bestaat, die weer uit moleculen en daarna atomen en elektronen bestaan – en dat bijvoorbeeld een mens dus vooral uit heel veel ruimte en beweging bestaat, maar het echte besef kwam pas na de start van de vipassanameditatie. Tijdens de vipassana worden concentratie en aandacht verder getraind door het zelf leren waarnemen van zintuiglijke gewaarwordingen (tastzintuig) om op die manier inzicht te ontwikkelen in o.a. de veranderlijkheid en de onbestendigheid (anicca). Nadat ik een paar keer in de meditatiezaal had geoefend met de vipassanameditatie had ik buiten een heel mooie ervaring. Alles in en om me heen was in beweging, ik voelde het in me, maar ook onder en boven me terwijl ik op de aarde tegen een boom aan zat en ik wist/voelde dat alles veranderlijk en onbestendig is. Dat toekomst en verleden ongewis zijn, en dat het gaat om het nu. Wat gaf dat veel rust en acceptatie. Het is zoals het is, en zowel in de meditatie als in het dagelijks leven leerde ik dat het gaat om de middenweg, om het niet te hard tegen jezelf zijn. En zo stapte ik dus het edele achtvoudige pad op en werd mij duidelijk dat er ook geen weg terug is. Toen ik eenmaal anicca ervaren had, werd het onderdeel van mijn dagelijks leven en kan ik niet anders dan verder oefenen, leren, lezen en werken.

Na de cursus maakte ik op zolder in de logeerkamer een meditatieplekje (met een goede stoel, kussentje lukt niet door de reuma) en ging dagelijks mediteren. Het is heel fijn om verder te oefenen, steeds vertrouwder te raken met de geest en het oefenen daarvan. Ik herlas het boek ‘Wat de Boeddha onderwees’ en snapte het nu opeens allemaal veel beter. Tijdens de cursus had ik ook een heel aantal boeken aangeschaft die uitgegeven zijn door het International Meditation Centre, gelukkig is mijn Engels redelijk en ook het lezen daarvan helpt me weer verder. Ik ben nog twee keer naar een meditatiedag in Utrecht geweest en nu heb ik net begin maart mijn tweede 10-daagse Vipassana-meditatiecursus achter de rug. Gelukkig net voor het uitbreken van de corona-crisis, het helpt me weer om deze periode beter door te komen. De cursus was heel anders dan de eerste keer. Ik liep tegen dezelfde maar ook heel andere hindernissen op, vond anapana nu veel moeilijker en merkte ook goed hoe het fysiek gezien in een jaar toch weer flink achteruit was gegaan. Ik was veel vermoeider toen ik thuis kwam, maar was mentaal wel weer een heel stuk verder gekomen.

Maar ja, wat is een heel stuk. Voor mijn gevoel sta ik nog helemaal aan het begin van het pad, ben ik een absolute beginner in het boeddhisme. Ik ben er eigenlijk zonder verwachtingen of hoop in gestapt en ben daardoor ook geen teleurstellingen tegen gekomen. Ik weet nu een piepklein beetje over de leer van de Boeddha en over het mediteren, gezien vanuit de traditie van Sayagyi U Ba Khin en Mother Sayamagyi. Dat is voor mij voorlopig ook voldoende, daar kan ik nog de rest van mijn leven op studeren en dat doe ik dagelijks met veel vreugde. Daarbuiten zijn er nog zoveel andere stromingen, die vast ook allemaal mooi, bijzonder en waardevol zijn, maar daar heb ik simpelweg de tijd en energie niet voor om me in te verdiepen. Dus ik ga fijn verder op dit pad en hoop nog veel gezamenlijke meditatiedagen en -cursussen te mogen en kunnen volgen. Ik ben ook heel dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen. Dat het voor mij als leek mogelijk is om met een groep van 60 mensen tien dagen op de Drentse hei samen te mediteren en te leren over het boeddhisme, dat is echt heel bijzonder.’

Loekie van Tweel-Groot, april 2020.