Home » BLOG: Reflecties van een kok » 00 Voorproeven

00 Voorproeven

“Eerwaarde, geeft u me alstublieft onderwijs in Anapana-meditatie zodat ik de vrede van het Nibbana[1] in mijzelf moge ervaren.”  Iedereen die aan een van ‘onze’ cursussen deelneemt, spreekt deze wens uit bij het begin. Ons doel is dus meteen al Nibbana – het allerhoogste of beter – het diepste inzicht in ons bestaan dat wij mensen in navolging van Gautama Boeddha kunnen verkrijgen!

Nibbana is de ultieme Verlichting, de volledige emancipatie, overstijging van het narcistisch egoïsme, het enige onveranderlijke dat er bestaat. Gelijkmoedigheid omdat de mentale oorzaken van het lijden (verlangens en aversie) niet meer kunnen ontstaan. Nibbana valt niet goed nader uit te leggen – net zomin als men kan uitleggen hoe suiker smaakt aan iemand die dat nooit heeft geproefd. In het meditatieonderwijs wordt zelden gesproken over Nibbana. En wij studenten in de Dhamma (de leer van de Boeddha) krijgen te horen dat het niet handig is om eigen en andermans vorderingen aldoor te vergelijken. Met het aansnijden van het thema Nibbana of Verlichting begeef ik me gemakkelijk op glad ijs. Toch waag ik het nu al schrijvend – af en toe heb ik een doel nodig om me te kunnen oriënteren.

Waar traditioneel wél veel over wordt gesproken, is hóé men tot de ervaring van Nibbana komt: door het Edele Achtvoudige Pad, of afgekort, het Pad of de Weg te volgen. Een handige en direct tot de verbeelding sprekende vergelijking. Maar de censor in mijn geest geeft meteen commentaar op die gedachte: “Pas op, neem dat beeld niet te letterlijk, associeer het niet met een ‘naar boven klimmen’ of afstand die je maar een keer hoeft af te leggen!” Waar het om gaat is kort-door-de bocht: juist leven, juiste concentratie, juist inzicht. Juist is daarbij: heilzaam voor alle levende wezens.

Ach ja, Nibbana is geen hemel, hemelse wolk of christelijke Hof van Eden. Voor het verkrijgen van deze diepste vorm van inzicht is de beoefening van meditatie essentieel. Bij een cursus kunnen wij zo ongeveer tien uur per dag zittend op het kussen mediteren. Een meditatieuur is een pelgrimstocht waarbij de pelgrim stilzit, zijn geest binnen zijn lichaam op een plek ‘vastbindt’, laat rusten of laat rondreizen en alles wat zich voordoet tracht waar te nemen zonder reactie.

Het opstarten van de cursus gaat gepaard met grote  onrust en wanorde: veel geloop door het huis, dozen, tassen en jassen in de hal en de gangen, enthousiaste uitroepen en omhelzingen bij het arriveren van bekenden. De eerste vrijwilligers komen ’s ochtends aan en beginnen met het versjouwen van meubels, allerlei meegebrachte spullen, levensmiddelen en enorme stapels blauwe kussens. Al snel gaan ze over op het inrichten van de meditatiezaal, eetzaal en de keuken.

Ondertussen zetten een paar kok-vrijwilligers boterhammen voor alle helpers klaar en dan beginnen ze de avondmaaltijd voor te bereiden. Soep, brood en salade staan op het menu en worden genuttigd als een soort doorlopend buffet, terwijl de een na de andere student voor deze tiendaagse kostschool arriveert. Registratie en de rondleidingen voor nieuwe studenten zorgen ervoor dat mettertijd iedereen – met tassen en koffers – zijn slaapkamer en bed vindt en het in de gangen rustiger wordt. De meesten willen eerst hun privé-domein – hun bed opmaken of tenminste markeren met een tas of kledingsstukken voordat ze gaan eten.

Dat de nestdrang sterk is, blijkt later nog eens in de meditatiezaal bij het toewijzen van de zitplaatsen.  De studenten nemen een voor een de aangewezen plek – een van de grote vooraf neergelegde dunne blauwe ‘onder’kussens – in gebruik door ze met wat kleur, een omslagdoek of meegebracht kussentje te markeren. Na de recitaties van het eerste meditatieuur daalt de stilte neer in het huis  – het Edele stilzwijgen begint en zal tot kort voor het einde van de cursus aanhouden.

Onze meditatoren komen net zoals pelgrims die kilometers afleggen, in hun binnenwereld van alles tegen: licht en duisternis, verveling, vreugde, pijn en verdriet, verrassende talenten en schrijnende littekens. Zelf ben ik bij het eerste meditatieuur van de cursus meestal eerst blij dat ik eindelijk rustig kan zitten – en daarna voel ik de vlinders in de buik die zo typisch zijn voor het op reis gaan. Voor het gevoel maakt het kennelijk niet uit of ik op reis ga per trein, auto, vliegtuig of  ‘per aandacht’.

Het oefenen in het reizen naar Nibbana is een luxe: tien dagen lang geen alledaagse zorgen en drukte! De concrete wereld is verkleind tot deze kostschool met een stukje wandelnatuur daaromheen. Voor de pauzes. Het grootste deel van de dag zitten wij studenten immers op onze kussens in de meditatiezaal voor een reis achter gesloten oogleden en binnenin een roerloos zittend lichaam van een uur of wat langer.

Iedereen heeft zo zijn eigen privé-landschap te doorkruisen – af- en verleidende gedachten en gevoelens, hindernissen zoals slaperigheid duiken op en doen ons wegzakken of vastlopen of brengen ons op dwaalsporen. Zelf heb ik vooral veel ervaring met het uitspinnen van denkbeelden, afdwalen in dagdromen of in troebele gedachtestromen. Fysieke verkrampingen voelen opkomen dat ken ik ook goed. Anderzijds heeft het mediteren me pas doen beseffen wat ‘je gelukkig voelen’ is. Lichaam en geest kunnen almaar stiller en rustiger worden en bijvoorbeeld gaan aanvoelen als een uitdijende ‘landschapsbel’. Tja. Het overschrijden van de egogrenzen zal uiteindelijk een grenzeloos menszijn ontsluiten: oneindige liefde voor alle wezens, oneindig mededogen, oneindige medevreugde en oneindige gelijkmoedigheid. Het kost wel even tijd en inspanning, maar dat lijkt toch wel de moeite waard?

Een welbekende vergelijking beschrijft het meditatieve proces als volgt. De mediterende hangt aan een touw in een boom die naast een rivier staat. Hij of zij probeert zichzelf al slingerend over de rivier heen te verplaatsen – naar de andere oever die staat voor het Nibbana. Om het doel te kunnen halen moet deze persoon op een evenwichtige manier al verder en verder gaand op en neer zwaaien. Wanneer hij tenslotte op het juiste moment het touw loslaat, weet hij wat Nibbana is. Tenminste tot het zover is moet de meditator zijn reis steeds opnieuw van voren af aan beginnen.

De traditionele parabel stopt hier. Ik ben zo vrij het beeld wat verder uit te spinnen. Het is mogelijk dat een krachtige slingeraar zo nu en dan bijna de overkant bereikt – voor heel even. De ervaring van Nibbana, van de gelijkmoedigheid en totale vrijheid van mentale pijn, is, zo zegt men, zo onvoorstelbaar indrukwekkend dat je die nooit meer vergeet. Op momenten waarop je heel even dicht in de buurt ervan komt, zou toch een voorproefje van de vrede van het Nibbana mogelijk moeten zijn? Zoiets als het opsnuiven van een heerlijke geur of zoals een prikkeling van de smaak van het voorjaar op de tong?

In ‘voorbeeldverhalen’ die deel uitmaken van de overgeleverde teksten – zoals dat van de vrouw Kisa-Gotami – wordt de Verlichting veelal als een dramatische ommezwaai beschreven – een ervaring van diepe vrede, kalmte en welwillendheid die ‘zomaar’ opkomt in een crisissituatie. Een crisis met diepe geestelijke vertwijfeling en verkramping waarbij weglopen of vechten onmogelijk is, vormt daarbij de aanzet voor het doorbreken van begrenzingen van het narcistische ego.

Maar het meditatieve proces hoeft niet zo dramatisch te verlopen. Ik denk hier aan het voorbeeld van die monnik die op zijn doodsbed nog even rechtop gaat zitten, mediteert met Verlichting als intentie, en dat dan binnen een paar minuten voor elkaar krijgt. Die monnik wandelt gewoon ‘op zijn sloffen’ het Nibbana in wanneer hij dat wil, omdat hij vooraf heel veel geoefend heeft. (Volgens het verhaal heeft hij die laatste inspanning uitgesteld omdat hij graag de volgende Boeddha wilde ontmoeten).

Heeft deze monnik – daar komt mijn denkbeeld weer opduiken – misschien al geregeld voor de drempel van het Nibbana gestaan en de smaak ervan geproefd?

Hoe dan ook – áls voorproefjes op het Nibbana mogelijk zijn, dan wens ik ze iedere dappere pelgrim die op het meditatiekussen gaat zitten van harte toe.

Copyright © 2018 Bureau Bio-redactie, All rights reserved.

[1] of Nirwana (in Sanskriet). Ik citeer termen in dit boek in het Pali-(ook een Oudindische taal).