Home » BLOG: Reflecties van een kok » 08 Spinnen, uien en synchroniciteit

08 Spinnen, uien en synchroniciteit

Een wetenschappelijk getrainde geest – zoals de mijne – kan hardnekkig opspelen als je langere tijd ‘no thinking’ beoefent, dus je aandacht focust in plaats van een stroom van gedachten te volgen. Dat opspelen gebeurt bij mij vooral tussen de meditatie-uren door en ná een vipassana-cursus. Ik wil dan mijn ervaringen rationeel onderzoeken en de betekenis doorgronden. Wat toegeeflijkheid is dan wel handig. Nu ik mijn langere tijd geleden geschreven verhalen aan het opfrissen ben, valt me op dat sommige thema’s verschillende keren opnieuw opduiken: duurzaamheid, ethiek en het thema onverklaarbare verschijnselen, dus magie, het paranormale, het bovennatuurlijke, bovenmenselijke enzovoort.

Ook valt op dat ik in het verleden nogal eens bijzonder heftige gevoelens bij het mediteren had, terwijl daar geen actuele aanleiding voor bestond. Er was geen acute crisis in mijn leven. Soms is in die heftige gevoelens zulk een plotselinge omslag opgetreden dat de schok een diepe indruk heeft gemaakt en vraagtekens heeft achtergelaten. Er is binnenin, in de psyche of geest, beslist iets veranderd, iets verschoven in het perspectief van inzicht. Het is voorgekomen dat die plotselinge omslag samenviel met een zintuiglijke waarneming zonder dat ik daar een logische verklaring voor had. Zoiets is door Jung beschreven als een ‘synchronistisch’ verschijnsel. Die mysterieuze combinatie heeft de gebeurtenis nog eens extra onderstreept.

Een opfrisredactie is een mooie gelegenheid om hoe, wat en waarom vragen opnieuw te bekijken en commentaar aan de zo’n 15 jaar geleden geschreven verhalen toe te voegen.

Transformatie door een spin?

Tijdens een retraite, op dag vijf, ga ik ’s ochtends zitten en kan me maar moeilijk concentreren. De pijn in nek en schouders waar ik op dag vier veel last van had, begint meteen weer op te komen. Vervolgens voel ik een zwaarte vanaf mijn hoofd neerdalen naar nek, schouders en armen. Ook een bekend moeilijk te verdragen gevoel. Zo kan ik maar moeilijk bij de adem blijven. Maar ja, dat doet er niet toe, als ik het maar geduldig blijf proberen. Er bestaan ergere dingen dan te zitten ploeteren op een kussen en als dat goed is voor het heil van iedereen…

’S middags begint vipassana. Verrassing: nou voelt mijn lijf goed, tintelend en alleen een aangename spanning, alsof ik op reis ga. Echter, bij de volgende zitting laaien pijn en zwaarte plotseling heviger dan ooit op en word ik ook nog eens enorm verdrietig. Van het ene moment op het andere vind ik mezelf de allerzieligste, meest nutteloze sukkel die er bestaat. Ik voel mijn ogen prikken en doe ze open om mijn zakdoek te pakken.

Voor me op de vloer beweegt iets – het is een forse harige spin die op mij af loopt. Bij die aanblik slaat mijn emotie om. Even huil en lach ik tegelijk. Ik heb mezelf – mijn ego – betrapt, en ik voel hoe een korst van oude neerslag openbarst en vlam vat. Zo voelt het tenminste aan wat zich in dit lichaam-en-geest-complex afspeelt dat daar op het kussen zit. Dan een moment van opluchting, verwondering en ontzag voor de kracht van Vipassana – net voordat de chanting het einde van de zitting aangeeft. Ik vang de spin voorzichtig met mijn zakdoek en breng hem naar buiten.

Duwtje of synchroniciteit

Het optreden van die spin – tja, is dat niet gewoon een gevalletje van toevallige samenloop geweest? Zonder bijzondere betekenis? Voor mijn gevoel niet, het leek alsof die spin de oorzaak van de gevoelsomslag was. Ik benoemde het daarom al snel als een ‘synchronistisch verschijnsel’. Jung beschrijft psychologisch parallel verlopende verschijnselen die geen enkele causale relatie met elkaar hebben als ‘synchronistisch’. Het gaat bijvoorbeeld om ‘identieke gedachten, symbolen of psychische toestanden’ die gelijktijdig optreden. (C.G. Jung., toespraak van 10 mei 1930). Psychologische synchroniciteit is alsof je een duwtje in de rug krijgt op een kritisch moment. Een echt ‘synchroon moment’ kun je onmogelijk afdoen met: ‘toeval’. Wat je voelt, staat in geen verhouding tot de gebeurtenis op zich. Zelfs iets heel erg pietluttigs krijgt een bovenmenselijke dimensie. Het wordt een beleving van samenhangen, van ‘magisch’ eenzijn met de kosmos en een aanleiding voor inzicht.

Zover Jung – kan ik de gebeurtenis ook nader verklaren vanuit de opvattingen over de kosmos volgens mijn boeddhistische school?

Drie-in-een-universum

Volgens de uitleg van mijn meditatieschool hebben we te maken met een drie-in-een universum. De ruimte (1), mentale krachten (2) en wezens met bewustzijn (3) nemen geen aparte plekken in, ze doordringen elkaar. Wij mensen bestaan uit materie en geest en zijn voortbrengsels van mentale krachten: de weerspiegeling van daden die in het verleden zijn begaan, heilvol (kusala) en onheilvol (akusala) kamma.[1]

Bij het mediteren kunnen we door onze geest te zuiveren die krachtig maken en toegang krijgen tot oneindige vrede (liefde, mededogen, medevreugde en gelijkmoedigheid). Daarmee verruimen of verschuiven we onze geest als het ware naar… de bóvenmenselijke niveaus van de kosmos, naar de niveaus van wezens die geen lichaam van grove materie hebben, grotere geesteskrachten en bijzondere ‘mental forces’.

In de boeddhistische visie is de kosmologische indeling[2] een afspiegeling van bewustzijnsniveaus. Er zijn 31 zijnssferen en die zijn over drie categorieën verdeeld. Van laag naar hoog zijn dit: 1. de werelden van zintuigelijk genot (Sfeer van Geneugten = kama-dhatu);  2. de fijnstoffelijke werelden of Sfeer der (Zuivere) Vormen (= rupa-dhatu) en 3. de onstoffelijke werelden of Vormloze sfeer = arupa-dhatu). Dat zijn de sferen van brahma’s die geen lichaam van grove materie hebben zoals wij. .

Als we een makkelijk, ‘zalig’ meditatie-uur hebben, dan is ons bewustzijn tijdelijk in de bovenmenselijke kosmos – in de godenhemel. (Dat is niet hetzelfde als Nibbana – om Nibbana te bereiken moet je het drie-in-een universum ‘doorsnijden’, dat ontneemt mentale krachten de macht je aan de kosmische cyclus van geboorte en dood[3] te binden).

We kunnen echter ook een poos in een van de vier lágere of ‘onzalige’ werelden terechtkomen – de sferen van demonen, hongerige geesten, dierlijke driften of de hellen.

Als de schillen in een ui

De mentale krachten van gewone (niet- verlichte) mensen creëren kamma, een spoor of bezinksel in de bewustzijnsniveaus of magnetische velden van ons wereldsysteem. Mentale kracht, mentale energie, beweegt, doet iets, duwt of trekt. Westerlingen spreken eerder over ‘mentale energie’. Materie bestaat vooral uit lege ruimte en op het niveau van atomen uit bewegende deeltjes of uit trillingen die op deeltjes lijken. Tenminste op het microniveau is beslist sprake van een nauwe verweving van materie en geest. Via Vipassana kunnen we de geest voorgoed zuiveren van onzalige mentale energiesporen. Die zuivering vindt plaats in de confrontatie. De onzalige trillingen of onzalige brokjes materie ‘transformeren’, ‘slijten’, ‘verdampen’ of ‘verbranden’.

Soms kunnen die onzuiverheden, kan de troep in je lijf aanvoelen als een harde laag, of serie van lagen – zoals de schillen in een ui. Zo beschreef ik dat voor mijzelf – heel begrijpelijk toch? In de cursuskeuken sta je elke dag wel uien te pellen …

In de Engelstalige leerredes noemen ze die bezinksels ‘dust’, stof dus. Bij een serie van lagen kom je wellicht de meest recente bezinksels aan de oppervlakte tegen. En wellicht associeer je die nog met een context, of oorzaak-en-gevolg. Daaronder zou je dan de stof, korst of aaneengekoekte sintels van vroeger, van je kindertijd en wellicht van handelingen in vorige levens kunnen vinden. Alle onzuiverheden verbinden je met de ‘onzalige’ dimensies en vormen samen de hindernis, de muur, die je scheidt van Nibbana.

Duwtje van iets

Dus, de ‘energie van het drie-in-een universum’ stroomt dus als het ware door of langs ons heen. Een actuele, intensieve geestelijke confrontatie met een psychische onzuiverheid, een ‘korst die gaat scheuren’ zuigt mentale energie – mentale krachten vanuit de omgeving aan. Dat komt door een verhoogde trillingsfrequentie, magnetische werking of zoiets. Een Aziaat zou wellicht zeggen dat een deva mij dat duwtje via die spin gaf. Als traditioneel opgevoede katholiek zou ik kunnen zeggen, dat een engel mij heeft geholpen.

Als ‘ietsist’ zeg ik liever: iets zorgt ervoor dat tijdens het meditatieve proces precies op het juiste moment die druppel uit de lucht komt vallen die de emmer over doet lopen!

Vertrouwen

Zo heb ik dit een jaar of zo ná de gebeurtenis opgeschreven. De gebeurtenis op zichzelf is een ‘inzichtservaring’ van een plotselinge verandering die prima in het proces van Vipassana past. Niets uitzonderlijks, maar wel van zoveel betekenis voor mezelf dat die specifieke omslag van gevoelens nog steeds in mijn geheugen gegrift staat: een omslag van intens zelfmedelijden naar – ja, naar wat precies?
Naar lachen over mezelf. Waardoor?
Door ontroering en relativering van dat intens lijden bij het zien van die spin. Iedere keer als ik nu een spin zie voel ik weer iets van diezelfde ontroering. Wat bracht die spin ertoe precies op dat moment daar naar me toe te lopen?

Destijds dacht ik daar niet aan – maar als bioloog weet ik, dat bepaalde trillingsfrequenties spinnen rechtstreeks aantrekken. Als dat inderdaad de drijfveer van die ene spin op dat specifieke moment was, dan zou dit een prachtig voorbeeld zijn geweest van een eenvoudige en directe ‘reactie van de kosmos’! Tjonge, een onverwacht mooi resultaat van deze opfrisronde!
Maar goed, de standaard ‘wetenschappelijke’ redeneringen vind ik niet meer zo belangrijk. Op de een of andere manier staat nu het ervaren van het vipassana-proces meer voorop. Er is denk ik een soort van vertrouwen gegroeid dat wij mediteerders soms mysterieuze ‘duwtjes in de rug’ krijgen. Vermoedelijk is het daarom  niet meer zo nodig om te weten hoe dat werkt. Dat zou mooi passen bij de leerrede over de pijl die in je lichaam is geschoten: het is handiger om die pijl meteen eruit te gaan trekken in plaats van daarover eerst allerlei vragen en details te gaan onderzoeken.

[1] Zie voor kamma ook verhaal ‘Pittige specerijen of pasteltinten’.

[2] De Breet & Janssen, Digha-Nikaya, pp.34-37

[3] Zie ook stukje ‘Wedergeboorte en kosmologie’ in verhaal ‘Demonen en hemelse koekjes’.


Copyright © 2018 Bureau Bio-redactie, All rights reserved.